Niet alleen bij de voor de hand liggende termen als johari window, johari venster, blinde vlekken, zelfinzicht of feedbackgesprek voorbereiden, maar ook bij zinnen die mensen echt gebruiken: ik krijg nooit eerlijke feedback, ik denk dat ik duidelijk ben maar dat vindt niemand, mijn leidinggevende zegt iets anders dan mijn collega's, nieuw team hoe stel ik me op, iedereen vindt me streng en ik zie het zelf niet, ik hou te veel voor me, ik durf niet te vragen wat ze van me vinden. Wie zoiets tegen Claude zegt terwijl de skill geladen is, krijgt hem automatisch. In dezelfde frontmatter staan ook de gevallen waarin de skill juist niet moet starten, en daaronder staat de licentie: MIT, versie 1.0.0.
Daarna volgt de kern: zeven vaste handelingen. Eerst vraagt hij voor welke relatie of groep het venster wordt ingevuld. Hij vraagt het zelfbeeld uit in gedrag en niet in eigenschappen. Hij vraagt de ontvangen feedback zo letterlijk mogelijk op, inclusief wie het zei en wanneer, en markeert parafrases als parafrase. Hij scheidt in elk venster drie soorten regels en markeert ze. Hij laat de Blinde Vlek leeg als er geen feedback van anderen is aangeleverd, en levert in plaats daarvan vragen. Hij geeft per venster één actie die past bij de beweging van dat venster. En hij sluit af met drie feedbackvragen die je morgen kunt stellen, een eerstvolgende stap met datum, en een moment om terug te kijken.
Voordat de vensters worden ingevuld loopt de skill een verplichte inputchecklist na van zes punten: voor welke relatie of groep het venster geldt, de zelfbeschrijving in gedrag, de feedback die er werkelijk is met de bron erbij, wat je bewust niet deelt en waarom niet, de aanleiding, en hoeveel ruimte er in deze context is om te delen. Dat laatste punt is scherper dan het lijkt, want het bestand zet er een zin achter die zelden in dit soort modellen staat: niet elke werkplek is een veilige plek. Ontbreekt er iets dat niet cruciaal is, dan gaat de skill door en maakt hij zijn aanname zichtbaar in het rapport.
De output heeft een vaste opbouw van zes blokken. Eerst een kader van twee of drie regels: voor welke relatie het venster geldt, wat de aanleiding is, welke bronnen gebruikt zijn en hoeveel feedbackgevers er zijn, want één mening is één mening.
Dan de vier vensters in vaste volgorde, elk met korte regels en een bronmarkering. Dan twee of drie zinnen over de verhouding tussen de vensters, in beschrijvende taal, zonder diagnose of advies over wie je zou moeten zijn. Dan drie feedbackvragen, concreet en beantwoordbaar, gericht op gedrag in een situatie: niet hoe kom ik over, wel wat deed ik maandag in het overleg waardoor je stopte met praten. Dan de eerstvolgende stap. En tot slot een blok dat nooit vervalt: de grens van dit rapport, waarin staat wat er niet ingevuld kon worden en waarom.
Een apart hoofdstuk gaat over taal. Je-vorm, geen u. Geen streepjes in lopende tekst. Korte zinnen wisselen met lange. Beschrijf gedrag, geen karakter: je onderbreekt mag, je bent dominant niet, tenzij iemand dat letterlijk zo zei. En geen therapeutentaal of jargon zonder uitleg, omdat woorden als spiegelen, projectie en congruent de meeste mensen niets zeggen. Dat is precies de reden dat de output niet klinkt als een assessmentrapport.
Er zit ook een tweede modus in. Geef je een ingevuld Johari Window, een feedbackronde of een verzameling losse opmerkingen mee, dan beoordeelt de skill dat op vijf punten: de bronscheiding per regel, gedrag tegenover etiket met een herschrijving erbij, de bronnentelling per punt uit de Blinde Vlek, de actiegerichtheid per venster, en tot slot een herschreven versie met acht tot twaalf vervangende feedbackvragen. Wil je zelf zo'n instructiebestand leren opzetten, dan staat de werkwijze in SKILL.md schrijven.