De punten zijn vaag. Wij leveren kwaliteit is geen sterkte, het is een mening. Bij elk punt eist hij een korte onderbouwing: waarom is dit een sterkte, waaruit blijkt het, en waarom doet het ertoe voor het doel van deze analyse. Een punt dat geen waarom kan dragen, haalt het document niet.
Intern en extern lopen door elkaar. Concurrentie is geen zwakte en klanttevredenheid is geen kans. Sterktes en zwaktes zijn dingen waar jij invloed op hebt: team, product, geld, kennis, reputatie. Kansen en bedreigingen komen van buiten: markt, klantgedrag, technologie, wetgeving, concurrenten. Die scheiding houdt hij strikt aan, want de confrontatiematrix werkt alleen als de assen zuiver zijn.
De analyse stopt bij het lijstje. Dit is de grootste. Vier gevulde kwadranten voelen als een afgerond product, maar er volgt niets uit. De confrontatiematrix, het kruisen van intern met extern, is de stap die van een opsomming een strategie maakt, en het is precies de stap die in de praktijk wordt overgeslagen. Bij deze skill is hij verplicht: stap vier van vijf, niet optioneel.
Alles moet positief klinken. Zodra de eigenaar hem zelf invult, heeft een SWOT de neiging een reclamefolder te worden. De toon-instructie van de skill is er expliciet op geschreven: helder en eerlijk, zwaktes benoemen zonder te ontmoedigen, en doorprikken wanneer alles een sterkte lijkt.
In diff-vorm: wat eruit gaat en wat ervoor terugkomt.
--- lijstje.txt
+++ swot.md # zo herschrijft de skill, regels naar het voorbeeld
Sterkte: goede service. Zwakte: soms te druk. Kans: social media.
Sterkte S1: twee monteurs willen zich scholen in warmtepompen. Waarom: de schaarste zit in mensen, niet in vraag.
Conclusie: we hebben een sterke basis om op voort te bouwen.
Confrontatie GROEIEN: S1 ontmoet K1 (klanten vragen er al naar). Offensieve route: scholing eerst, aanbod daarna.
Actiepunten: kansen benutten en zwaktes verbeteren.
Eerste stap deze week: vraag de twee monteurs welke opleiding ze op het oog hebben en wat die kost aan tijd.