Wat er werkelijk in de SKILL.md staat
Een skill is zo goed als zijn instructies, dus die beschrijven we hier gewoon. Het bestand opent met frontmatter: een naam, versie 1.0.0, de MIT-licentie en een lange beschrijving die bepaalt wanneer Claude de skill oppakt. Die beschrijving is opvallend breed. Naast de voor de hand liggende triggers PESTEL, PESTLE, macro analyse, omgevingsanalyse, externe analyse en marktanalyse staan er ook gewone zinnen in die mensen echt uitspreken: wat speelt er in de markt, moet ik deze markt op, wat verandert er in de wereld voor mijn business, wat zijn de externe risicos. Ook STEEP en DESTEP zitten erbij.
En er staan situaties in plaats van woorden in: internationalisatieplannen, een markt-entry, een productlancering in een nieuwe regio, een vijfjarenplan, de voorbereiding van een board meeting, een investeringsbeslissing, een due diligence bij een overname, de onderbouwing van een business case en een strategische heroriëntatie.
Daarna volgt de filosofie, en die is kort en concreet. Francis Aguilar publiceerde in 1967 vanuit Harvard Business School het werk Scanning the Business Environment en introduceerde daarin het ETPS-raamwerk: economisch, technisch, politiek, sociaal. Pas in de jaren tachtig breidden Gerry Johnson en Kevan Scholes dat in Exploring Corporate Strategy uit naar PESTEL, met de ecologische en de legale dimensie erbij, omdat milieu en wetgeving steeds vaker de doorslag gaven bij strategische keuzes. De kern van het model wordt in het bestand in één zin samengevat: strategie wordt nooit in een vacuüm gemaakt.
Het hart van het bestand is de werkwijze in vier stappen. Stap één is de scope: de skill vraagt door tot hij vier dingen weet, namelijk het onderwerp, de geografische scope, de tijdshorizon en het doel van de analyse. Krijgt hij daar geen helder antwoord op, dan maakt hij redelijke aannames en benoemt hij die expliciet in de output.
Stap twee is de scan zelf: de zes dimensies in de vaste volgorde P, E, S, T, E, L, elk met een eigen lijst denkrichtingen. Bij politiek staan er zeven, bij de vijf andere dimensies acht, dus samen 47 controlepunten. Ze zijn concreet: bij legaal staan met naam en toenaam de AVG, de DSA, de AI Act, MiCA en NIS2, plus arbeidsrecht, mededingingsrecht, productaansprakelijkheid, intellectueel eigendom, belastingregels, consumentenbescherming en wetgeving die er nog aan komt.
Stap drie is de weging. Per dimensie minimaal drie en maximaal zeven factoren, en per factor vijf velden: de factor kort en feitelijk, de impact als positief, negatief of neutraal, de waarschijnlijkheid als hoog, midden of laag, de tijdshorizon als nu, één tot twee jaar of drie tot vijf jaar, en een korte onderbouwing waarom die factor er voor dit onderwerp toe doet. Stap vier is de synthese: de top drie kansen op volgorde van impact maal waarschijnlijkheid, de top drie bedreigingen in dezelfde volgorde, drie tot vijf strategische aanbevelingen en tot slot het onderdeel Wat je niet weet, met de aannames, de datagaten en de signalen die jij zelf nog moet valideren.
Daarna volgt een compleet uitgeschreven outputsjabloon met alle koppen en velden, zodat de opmaak tussen twee analyses niet verschuift, en het uitgewerkte voorbeeld van de padel hal in Tilburg. Het bestand sluit af met zes tonregels en vijf verboden. De tonregels: zakelijk en feitelijk schrijven, concrete cijfers en bronnen gebruiken of het anders aanmerken als aanname, onaangename conclusies niet wegpoetsen, jargon vermijden of kort uitleggen, geen emoji, en niet alles in bullets zetten. Wil je zelf zo'n instructiebestand leren schrijven, dan staat de methode in SKILL.md schrijven.