Wat er werkelijk in de SKILL.md staat
Een skill is zo goed als zijn instructies, dus die beschrijven we hier gewoon. Het bestand opent met een frontmatter: naam, versie 1.0.0, MIT-licentie en een lange beschrijving die vertelt wanneer Claude de skill moet oppakken. Die beschrijving noemt ook waar hij juist niet voor is, en dat is even belangrijk: niet voor boekhoudkundige kostprijsberekening, niet voor btw of fiscale vragen, en niet voor de waardebepaling van een bedrijf.
Daarna volgt de theorie waarop de skill rust, in vier bouwstenen. De EVC-methode voor het uitrekenen van economische waarde voor de klant. De Van Westendorp-vragen voor de bandbreedte. Ankering voor de volgorde waarin je pakketten toont. En het decoy-effect, ook wel asymmetrische dominantie, voor de rol van de derde optie. Daaronder staan vijf varianten met de situatie waarin je ze gebruikt: kostprijs plus marge als vloer, concurrentiegebaseerd bij uitwisselbare producten, gedifferentieerd per segment, resultaatafhankelijk met een percentage, en het werk van Hermann Simon over de verhouding tussen prijs, volume en winst.
Zeven vaste handelingen. Bij elk advies doet de skill hetzelfde. Hij vraagt eerst waar je nu zit en hoe je daar bent gekomen. Hij rekent de EVC uit in stappen die je kunt navertellen, met elke aanname zichtbaar op een eigen regel. Hij bepaalt de bandbreedte met de Van Westendorp-logica, of legt uit hoe je de vier vragen bij vijf tot tien klanten uitzet als er nog geen data is. Zo ver komt bijna geen prijslijst.
Hij bouwt drie pakketten met een anker bovenaan, een decoy en het pakket dat je wilt verkopen. Hij schrijft per pakket de argumentatie die je letterlijk kunt gebruiken. Hij levert antwoorden op de twee of drie prijsbezwaren die bij dit aanbod het meest waarschijnlijk zijn. Tot slot benoemt hij het risico van zijn eigen advies: wat er gebeurt als je te hoog gaat zitten en hoe je dat merkt.
Acht punten inputchecklist. Voordat er gerekend wordt controleert de skill of hij weet wat je precies levert en in welke vorm, wie de klant is en hoe groot, wat je huidige prijs is en hoe lang die al staat, wat het de klant oplevert of bespaart, wat het alternatief van de klant is, wat je eigen kostprijs of urenbesteding is, welke bezwaren je in de praktijk hoort en hoeveel klanten je aankunt. Dat laatste punt is verrassend belangrijk: schaarste verandert het advies. Ontbreekt er iets, dan vraagt hij dat in één ronde na en gaat daarna verder met een gemarkeerde aanname, plus de manier waarop je die kunt toetsen.
Acht blokken output, altijd in dezelfde volgorde. Uitgangssituatie, EVC-berekening, prijsbandbreedte, drie pakketten, argumentatie per pakket, bezwaren en antwoorden, risico en toets, en tot slot bron en verantwoording. Dat laatste blok is één alinea over de gebruikte methode en over de aannames die het advies dragen. Het staat er bewust achteraan: je moet kunnen nakijken waarop een getal rust voordat je het gebruikt.
Er is ook een aparte reviewmodus. Geef je een bestaande prijslijst, offerte of pakketpagina mee, dan krijg je vijf dingen terug: een diagnose of de prijs uit kosten, uit de concurrent of uit waarde komt, onderbouwd met een citaat uit je eigen stuk. Een waardecheck of er ergens staat wat de klant eraan overhoudt, uitgedrukt in geld of tijd. Een pakketanalyse op anker en decoy, met de opmerking erbij als alle pakketten even aantrekkelijk zijn, want dan kiest de klant de goedkoopste. Een markering van elke plek waar korting wordt aangeboden zonder dat er iets tegenover staat. En een herschreven prijsvoorstel volgens de vaste outputstructuur.
Tot slot bevat het bestand een set schrijfregels die opvallend streng is. Je-vorm, geen streepjes in lopende tekst, AI in hoofdletters, geen rijtjes van precies drie, en een verbod op een reeks AI-wendingen en holle superlatieven. Plus de regel die het hele advies draagt: elk bedrag krijgt een rekenregel eronder. Wil je zelf zo'n bestand leren opbouwen, dan staat de opbouw van frontmatter tot regels beschreven in een SKILL.md schrijven.