◄ reproducerende zes overlappenproduceren ►
1 Onthouden
2 Begrijpen
3 Toepassen
4 Analyseren
5 Evalueren
6 Creërensinds 2001 bovenaan
# De banden tonen dat de niveaus elkaar raken, niet hoe groot ze zijn: het is een leesbeeld van de overlap en geen meting.
# Waar twee banden over elkaar liggen, is in de praktijk niet met zekerheid te zeggen welk niveau je meet. Daar helpt het werkwoord, niet het nummer.
NIVEAU 1Onthoudennoemen, opsommen, herkennenDe leerling haalt feiten, termen en volgordes terug uit het geheugen, zonder er iets mee te doen.de meeste toetsen bestaan bijna volledig uit dit niveau
NIVEAU 2Begrijpenuitleggen, samenvatten, classificerenDe leerling zet de stof in eigen woorden, geeft een voorbeeld of ordent hem in categorieën.let op: uitleggen is observeerbaar, begrijpen niet
NIVEAU 3Toepassengebruiken, uitvoeren, berekenenDe leerling gebruikt de stof in een situatie die nieuw voor hem is, met een uitkomst die je kunt nakijken.kent de leerling het voorbeeld al, dan is het weer niveau 1
NIVEAU 4Analyserenonderscheiden, ontleden, verbanden leggenDe leerling haalt een geheel uit elkaar, legt verbanden bloot en onderbouwt waarom die er zijn.hier begint het denkwerk dat tijd kost om te bevragen
NIVEAU 5Evaluerenbeoordelen, verdedigen, afwegenDe leerling neemt een standpunt in en verdedigt dat met argumenten die je kunt wegen.een oordeel zonder gevraagde onderbouwing is niet te beoordelen
NIVEAU 6Creërenontwerpen, samenstellen, construerenDe leerling maakt iets nieuws waarin de stof verwerkt zit, beoordeeld op vooraf afgesproken criteria.staat sinds de herziening van 2001 bovenaan, daarvoor stond evalueren hier
de skill put per niveau uit ruim dertig werkwoorden · het bestand waarschuwt er expliciet bij dat dit geen trap is die elke leerling in volgorde beklimt, maar een ordening van soorten denken die in de praktijk overlappen