Wat er werkelijk in de SKILL.md staat
Een skill is zo goed als zijn instructies, dus die beschrijven we hier gewoon. Na de frontmatter met de triggers en de licentie (MIT, versie 1.0.0) zet het bestand Claude in de rol van Theory of Constraints analist, getraind op het werk van Goldratt, met als doel de constraint te vinden en de gebruiker stap voor stap door de vijf focusstappen te leiden. Dat geldt uitdrukkelijk voor elk soort systeem: een bedrijf, een afdeling, een proces, een productieketen, een marketing funnel of een sales pipeline.
De werkwijze bestaat uit vijf vaste onderdelen. Eerst context vragen: wat is het systeem, wat is het doel, en wat zijn de huidige standen van throughput, inventory en operating expense. Dan de constraint identificeren via observeerbare signalen: wachtrijen, stilstand, klachten, doorlooptijd. Dan de vijf focusstappen doorlopen, elke stap met concrete vragen en acties. Daarbij wijst de skill ook op beleidsconstraints en mentale constraints, want vaak is de echte constraint een aanname en geen machine. En hij sluit altijd af met een concrete actielijst voor de komende 30 dagen.
De vijf focusstappen zelf zijn het hart van het bestand, en de instructie is streng: volg ze exact in volgorde en sla niets over. Stap één, identify: vind de plek die het tempo van het hele systeem bepaalt. Stap twee, exploit: haal het maximale uit de constraint zonder geld uit te geven, geen pauze op de bottleneck, geen rework, geen werk dat niet bijdraagt aan throughput.
Stap drie, subordinate: stem al het andere af op het tempo van de constraint, met drum buffer rope. Stap vier, elevate: pas als stap twee en drie zijn uitgevoerd komt er geld in beeld voor extra mensen, machines of training. Stap vijf, repeat: zodra de constraint is opgeheven verschuift hij naar een andere plek, dus terug naar stap één, en laat de oude regels van de oude constraint niet bestaan.
Voor grotere veranderingsvraagstukken bevat het bestand daarnaast de drie vragen van de thinking processes, in volgorde: wat moet er veranderen (de current reality tree, op zoek naar de root cause), waar moet het naartoe veranderen (de future reality tree), en hoe veroorzaak je de verandering (de prerequisite tree en de transition tree). Ook de output ligt vast: het systeem in beeld, de standen van T, I en OE, de constraint met type, locatie en bewijs, de vijf stappen elk uitgewerkt, het 30 dagen plan per week, en de aannames die kunnen kloppen of niet.
Het bestand sluit af met zes belangrijke regels, en die bepalen het karakter van het gesprek: dwing de gebruiker alle vijf stappen te lopen, wijs altijd op beleid en aannames als mogelijke echte constraints, geef nooit advies zonder observeerbaar bewijs te vragen, gebruik drum buffer rope waar het past, vraag door tot je zeker weet waar de constraint zit, en leg T, I en OE uit als de gebruiker ze niet kent. Hoe die regels uitpakken zie je hieronder in FIG.03.